Richtlijn aanwijzing advocaat -
art. 13 Advocatenwet

 

Op grond van art. 13 Advocatenwet kan “de rechtzoekende die niet of niet tijdig een advocaat bereid vindt hem zijn diensten te verlenen in een zaak, waarin vertegenwoordiging door een advocaat is voorgeschreven dan wel bijstand uitsluitend door een advocaat kan geschieden” zich wenden tot de deken van het arrondissement waar de zaak moet dienen, met verzoek een advocaat aan te wijzen. De deken kan het verzoek wegens gegronde redenen afwijzen of een eerdere aanwijzing op grond van bijzondere redenen wijzigen of intrekken.

De mogelijkheid om aanwijzing te vragen is niet bedoeld om het vinden van een advocaat makkelijker te maken of te bespoedigen. Aanwijzing van een advocaat is bedoeld voor bijzondere zaken waarin het door de aard van de zaak of de persoon van de rechtzoekende onmogelijk is een advocaat bereid te vinden tot het verlenen van bijstand. Normaal gesproken zal een advocaat altijd bereid zijn een zaak in behandeling te nemen als rechtshulp geboden is.

Als u zelf geen advocaat kunt vinden kunt u de site van de Nederlandse Orde van Advocaten raadplegen: www.advocatenorde.nl (zoek een advocaat) of www.advocatenorde-denbosch.nl (advocatenlijst), het Bureau Orde van Advocaten in het arrondissement Oost-Brabant bellen (073-6911786) of mailen (algemeen@ova-denbosch.nl) en vragen naar namen en adressen van advocaten. Ook het Juridisch Loket kan u van dienst zijn.

 

Bij de beoordeling van een verzoek op grond van artikel 13 Advocatenwet worden door de deken van de orde van advocaten in het arrondissement Oost-Brabant de navolgende criteria gehanteerd:

  • Er dient sprake te zijn van een zaak waarin vertegenwoordiging door een advocaat is voorgeschreven dan wel bijstand uitsluitend door een advocaat kan geschieden.

  • Er dient sprake te zijn van een zaak waarin tijdige bijstand door een advocaat nodig is en aanwijzing van een advocaat niet langer achterwege kan blijven.

  • Het dient een zaak te betreffen die in het arrondissement Oost-Brabant moet dienen.

  • De rechtszoekende dient aannemelijk te maken niet in staat te zijn om zelf tijdig een advocaat bereid te vinden om hem of haar bij te staan. Aan die voorwaarde is in beginsel voldaan, indien de rechtzoekende aannemelijk maakt en desgevraagd aan de hand van schriftelijke adviezen en/of afwijzingen van advocaten aantoont, dat in die zaak reeds 6 maal serieus, gericht en tevergeefs is getracht een advocaat bereid te vinden de zaak in behandeling te nemen.

  • De zaak zal niet bij voorbaat volstrekt kansloos mogen lijken, bijvoorbeeld ingeval van een verlopen beroepstermijn.

  • Indien de rechtzoekende niet in aanmerking komt voor de overheid gefinancierde rechtsbijstand moet hij of zij bereid en in staat zijn de aan te wijzen advocaat te betalen en eventueel een voorschot te voldoen.

  • Indiende rechtzoekende in aanmerking komt voor door de overheid gefinancierde rechtsbijstand dient de rechtzoekende de Deken de volgende gegevens te verschaffen: diagnose document afgegeven door het Juridisch Loket, sofinummer, naam, adres, geboortedatum, wonend met een kind jonger dan 18 jaar, geboortedatum jongste kind, naam partner, sofinummer partner, geboortedatumpartner en omschrijving van de zaak.


Als de deken een advocaat aanwijst voor een cliënt die een beroep wil doen op door de overheid gesubsidieerde rechtsbijstand toetst de Raad voor Rechtsbijstand of de verzoeker in aanmerking komt voor een toevoeging. De Raad voor Rechtsbijstand heeft zelf geen bevoegdheid een advocaat in toevoegingszaken aan te wijzen. Met de dekens zijn afspraken gemaakt over een zogenaamde ‘voortoets’ op inhoud en op de financiële kant. Dit laatste verloopt via een zogenaamde inkomensverklaring. De deken stuurt de bevindingen van de Raad voor Rechtsbijstand naar de aangewezen advocaat. Deze kan de resultaten van de voortoets met de toevoegingsaanvraag meesturen. De Raad voor Rechtsbijstand zal de aanvraag dan nog slechts marginaal toetsen.


Indien aan de hiervoor genoemde criteria is voldaan, maar de deken het verzoek wegens gegronde redenen afwijst, kan de rechtzoekende binnen zes weken na de bekendmaking van de beschikking houdende afwijzing van het verzoek, beklag doen bij het Hof van Discipline.


mr. H.H.M. van Dijk
deken orde van advocaten ‘s-Hertogenbosch
8 juni 2012